St. Vitus-kathedraal
Met de bouw van de St. Vitus-kathedraal, grootste kerk van Praag, mausoleum van de Boheemse koningen en plaats waar de kroonjuwelen opgeborgen liggen, werd begonnen in het jaar 1344. In 1431 moest het werk worden stilgelegd als gevolg van de Hussietenoorlogen. Ondanks vele pogingen lukte het eeuwenlang niet om de kathedraal te voltooien en het zou nog tot 1925 duren, voordt het oude en het nieuwe deel tot een eenheid verbonden konden worden. In 1929 werd de kerk plechtig ingewijd. Voor het hoofdaltaar bevindt zich het grafmonument van de eerste Habsburgse koning op de Boheemse troon, Ferdinand I. Onder het koninklijke graf bevindt zich de crypte met de stoffelijke resten van verschillende ander Boheemse koningen.